Deze marmeren tulband uit de 16e–17e eeuw maakte deel uit van een Ottomaans grafmonument. Het is een zogenoemde mücevezze, herkenbaar aan de walnootachtige vorm.
In de Ottomaanse wereld werden grafstenen vaak voorzien van een gebeeldhouwde tulband. De vorm verwees naar de rang, functie of religieuze achtergrond van de overledene. Dit type hoofddeksel werd bijvoorbeeld gedragen door vooraanstaande mannen, zoals prinsen, vizieren (ministers en regeringsadviseurs) en gouverneurs.
Deze praktijk wijkt af van vroege islamitische opvattingen. In de beginperiode van de islam vonden veel religieuze geleerden dat graven eenvoudig moesten blijven, omdat men de gelijkheid van mensen na de dood wilde benadrukken. Grote grafmonumenten pasten daar niet bij, ongeacht iemands status.
In het Ottomaanse rijk ontwikkelde zich echter een rijke grafcultuur, waarin juist de identiteit en maatschappelijke positie van de overledene zichtbaar werden gemaakt, bijvoorbeeld met gebeeldhouwde tulbanden en later ook monumentale mausolea.
Te zien in Kruispunt Rotterdam, Inventarisnummer: WM-75503.